sportlab leuven

ITBFS of iliotibiale band frictie syndroom

12/02/2013

De uitleg over het ITBFS werd gegeven aan een journalist van het running.be magazine.

Het artikel verscheen in het najaar van 2012.

Het frictiesyndroom, of voluit iliotibiale band frictiesyndroom, is de meest frequent voorkomende klacht bij lopers. Die iliotibiale band is een platte pees met bovenaan een klein spiertje.  Een op de tien lopers kampt wel eens met die blessure. Het is een pijnsyndroom waarbij de band die van de bekkenvleugel naar beneden loopt tot net onde de knie een te hoge druk genereert op het plaatsje waar je knie uitsteekt.
Als je het bot in je bovenbeen hebt, onderaan waar dat de knie vormt, heb je twee condylen (een aan de binnenzijde en aan de buitenzijde) de uitsteeksels van dat bot aan je bovenbeen, en het is daar waar die band tegenaan wrijft. Het is eerder een compressie fenomeen dan een frictiefenomeen. Dus de druk die daar gegenereerd wordt is eigenlijk iets te hoog bij de mensen die daar klachten hebben.
Symptomen
De loper voelt pijn aan de buitenzijde van de knie. En heel typische is dat een pijn die opkomt tijdens het lopen. Wie aan het frictiesyndroom lijdt en niet loopt heeft zelden klachten. Het is pas tijdens het beoefenen van een sport dat de pijn voelbaar wordt. En naarmate de blessure erger wordt, zal je die pijn steeds vroeger tijdens je training voelen. De pijn verdwijnt meteen als je stopt en komt terug als je weer gaat lopen. Wie al langer last heeft van de kwaal voelt dat ook bij langdurig zitten. Maar in principe is het een probleem dat enkel tijdens het sporten opkomt.
Een typische overbelastingsblessure?
Het is toch complexer dan dat. Het is geen overbelastingblessure zoals je die kan voelen bij een achillespees bijvoorbeeld. Het heeft dikwijls te maken met statiek en kracht. Wie een iliotibiale band frictiesyndroom ontwikkelt ,heeft vaak zwakkere heupspieren. De heupabductie, het naar buiten bewegen van het volledige been, gaat minder krachtig dan nodig. Ook een statiekafwijking kan het frictiesyndroom in de hand werken. Personen met een bekkenkanteling of van wie het ene been wat langer is dan het andere of overproneerders zijn gevoeliger voor de blessure. Ondergrond is ook van tel. Veel bergaf lopen werkt die kniepijn ook in de hand. Dus traillopers: let op.
De praktijk leert dat vooral mensen die recreatief beginnen duurlopen de dupe zijn. Vandaar de raad: als je begint met lopen, doe dan ook wat fitness, oefeningen voor de rompstabiliteit en stretchoefeningen voor de iliotibiale band en spierversterkende oefeningen voor de heupabductie.
Remedie
Stop met lopen. Dit is zo’n blessure waar je niet mee kan blijven lopen. Eerste moeten enkele dingen gecorrigeerd worden. Is er bekkenscheefstand? Is er spierzwakte in de heupabductoren? Het eccentrisch trainen van de heupspieren is een aanrader. De kinesist zal je ook enkele stretchoefeningen aanleren om de pees langer te maken. In accute gevallen, als de klacht niet ouder is dan twee weken, is een inspuiting met marcaïne een goed idee. Eventueel met corticoïden. Dry neelding is ook een mogelijkheid. Bij die techniek gaat de kinesist naaldjes plaatsen in de pijnlijke zone, naar analogie met de acupunctuur.
Die iliotibiale band wrijft tegen je bot, meer bepaald onderaan het dijbeen waar het dikker wordt en de knie vormt.
Maar geen reden tot paniek: iedereen geneest. Een operatie is het laatste redmiddel. Maar dat heb ik in de praktijk nog nooit meegemaakt.