sportlab leuven

Covid vaccinatie en sport. Mededeling van SKA

22/08/2021

PERSMEDEDELING – 20 augustus 2021
Advies van sportartsen en -cardiologen: na vaccinatie mag je vijf dagen lang niet intensief sporten
Competitiesporters en andere mensen die intensief sporten, doen er uit voorzorg goed aan hun eerste of tweede vaccinatie in een rustige periode te plannen en na toediening van de injectie gedurende vijf dagen geen zware inspanningen te leveren. Er zijn immers aanwijzingen dat de vaccinatie in zeldzame gevallen negatieve invloed kan hebben op het hart.
Zowel voor mensen mét als voor mensen zonder symptomen
Bij sommige mensen die pas gevaccineerd zijn met een mRNA-vaccin (Pfizer of Moderna), zien artsen cardiologische afwijkingen, mogelijk ten gevolge van hartontsteking (peri- of myocarditis). Eventuele afwijkingen komen doorgaans drie tot vijf dagen na de vaccinatie aan het licht. Meestal hebben mensen klachten, zoals steken in de borst, extreme vermoeidheid of kortademigheid in rust, maar niet altijd. Ook als een pas gevaccineerde sporter zich goed voelt, kan hij of zij veiligheidshalve het dus toch maar beter rustig aan doen. De eerste twee dagen neem je het best rust. In de drie dagen daarna kun je wel sporten, maar competitie of intensieve training wordt afgeraden.
Géén reden om je niet te laten vaccineren
Voor alle duidelijkheid: het gaat om een zeldzaam verschijnsel, dat bij minder dan 1 op 100.000 gevaccineerde personen voorkomt, vooral na de tweede vaccinatie. Er zijn wereldwijd al miljoenen competitiesporters gevaccineerd en de overgrote meerderheid van hen heeft dat probleemloos doorstaan. Angst voor hartproblemen mag voor sporters geen reden zijn om zich niet te laten vaccineren. Het risico op hartontsteking door COVID is immers groter dan het risico als (mogelijk) gevolg van vaccinatie. Er is overigens geen bewijs dat sporters meer risico zouden lopen dan niet-sporters. Het advies om in de vijf dagen na de vaccinatie geen zware lichamelijke inspanningen te leveren, slaat net zo goed op niet-sportieve inspanningen, zoals zware lichamelijke arbeid.
Nog te weinig wetenschappelijke gegevens
Intussen zijn er in de wetenschap nog veel vragen over de eventuele invloed van vaccinatie op de hartfunctie. Het is niet omdat een sporter hartproblemen krijgt na vaccinatie, dat die vaccinatie daar ook de oorzaak van is. Grootschalige studies ontbreken vooralsnog. Maar bij een hart dat – misschien zonder symptomen – toch ontstoken zou zijn, kan sport de gevolgen verergeren; vandaar het huidige, voorzichtige advies.
Wat moeten sporters onthouden?
·        Er is geen reden voor paniek en ook niet voor systematische hartscreening van sporters na vaccinatie.
·        Het volstaat na vaccinatie gedurende vijf dagen niet intensief te sporten en geen competitiesport te beoefenen.
o   De eerste 48 uur na toediening van het vaccin hou je beter rust.
o   In de drie dagen daarna, kun je je inspanningen geleidelijk opbouwen.
·        Sporters die klachten voelen na hun vaccinatie, moeten contact opnemen met hun huis- of sportarts. Meestal gaat het om griepachtige symptomen, zoals koorts, hoofdpijn of spierpijn, als bijwerking van de afweerreactie die het vaccin oproept. Zulke klachten gaan normaal vanzelf over. Je moet vervolgens vijf dagen klachtenvrij zijn om je normale sportactiviteiten te kunnen hernemen.
·        In bepaalde gevallen moet de patiënt cardiologisch verder worden onderzocht. De huis- of sportarts zal daar advies in geven. Daarna zal de cardioloog bepalen wanneer het sporten kan worden hervat.
Sporters kunnen deze adviezen en andere nuttige informatie over sporten en COVID ook terugvinden op www.sportkeuring.be en op www.gezondsporten.be
 

Diarree bij lopers en joggers.

01/05/2013

Deze informatie over diarree bij lopers werd gegeven door Dr. Vanderroost in een interview aan het magazine running.be

 

Wat is lopersdiarree?
Dit is een typische kwaal voor lopers. We zien het bijna niet bij andere sporttakken. Misschien is de term lopersdiarree wat ongelukkig gekozen. Beter zou zijn om te spreken over een 'inspanningsgebonden stoelgangprobleem'. De definitie van diarree is een toename in loperigheid van de stoelgang, een toename in volume en een toename in frequentie. En omdat runners trot vaak maar een eenmalig feit is, is diarree geen goede term.
Hoe wordt het veroorzaakt?
De aandrang om naar de grote wc te gaan tijdens of na het lopen kent verschillende redenen. Een eerste is het mechanisch schokeffect. Als je loopt bewegen je ingewanden op en neer. En dat geeft aanleiding tot een verhoogde transit in de darmen. In rusthuizen raadt men ouderen net aan te bewegen tegen constipatie. Een tweede oorzaak is de slechtere doorbloeding van maag en darmen. Door de inspanning vragen de benen en de andere spieren meer bloed en zuurstof. Als je als marathonloper aan 70 procent van je VO2max loopt, vermindert de doorbloeding van je maag en darmen met 70 tot 80 procent. Daardoor krijg je een klein zuurstoftekort in de darmen, wat ook kan zorgen voor aandrang tot ontlasting. Ook warmte en hydratatie spelen een grote rol. Als je vocht verliest door te zweten zonder daarbij te drinken, dan komt de bloedvoorziening nog meer in het gedrang. Hoe slechter de hydratatie, hoe groter de kans dat je op training de achterkant van een boom moet opzoeken. En zelfs stress kan een rol spelen. De angst voor competitie kan een uitlokkende factor zijn.
Speelt voeding een rol?
Zeker. Lopers moeten gezond, gevarieerd en vezelrijk eten. Veel rauwe groenten en fruit zijn gezond. Maar eet dat liever niet voor een wedstrijd. De dagen voor een wedstrijd schakel je beter over naar een vezelarm dieet: wit brood, witte pasta. Geen volkorenproducten of rauw fruit meer, want dat zorgt voor meer ballast in je maag. Let ook op met alcohol. Alcohol irriteert het maagslijmvlies. Tijdens het lopen kan dat dan verder irriteren en beginnen bloeden. In het geval van bloedverlies moet je altijd je arts raadplegen.
En de afstand?
De afstand is ook een bepalende factor. Marathonlopers zullen eerder ten prooi vallen aan stoelgangproblemen dan lopers die kortere afstanden lopen. Hoe langer je lichaam op en neer beweegt, hoe groter de kans. Ik schat dat de helft van de marathonlopers vroeg of laat met dit fenomeen te maken zal krijgen.
Nog tips?
Ja, let op met voedingssupplementen, energiedranken en gels. Daar zit vaak cafeïne in. Cafeïne zorgt wel voor een goede vetverbranding en een goede concentratie. Maar het triggert ook de stoelgang. Voedingssupplementen zouden dus wel eens een contraproductief effect kunnen hebben. Test daarom drankjes en gels uit op training. En voor personen die ondanks aangepaste voeding en voldoende drinken toch nog darmklachten hebben tijdens of na het lopen, stel ik Loperamide voor. Dat geneesmiddel is erg effectief en staat niet op de dopinglijst.

 

ITBFS of iliotibiale band frictie syndroom

12/02/2013

De uitleg over het ITBFS werd gegeven aan een journalist van het running.be magazine.

Het artikel verscheen in het najaar van 2012.

Het frictiesyndroom, of voluit iliotibiale band frictiesyndroom, is de meest frequent voorkomende klacht bij lopers. Die iliotibiale band is een platte pees met bovenaan een klein spiertje.  Een op de tien lopers kampt wel eens met die blessure. Het is een pijnsyndroom waarbij de band die van de bekkenvleugel naar beneden loopt tot net onde de knie een te hoge druk genereert op het plaatsje waar je knie uitsteekt.
Als je het bot in je bovenbeen hebt, onderaan waar dat de knie vormt, heb je twee condylen (een aan de binnenzijde en aan de buitenzijde) de uitsteeksels van dat bot aan je bovenbeen, en het is daar waar die band tegenaan wrijft. Het is eerder een compressie fenomeen dan een frictiefenomeen. Dus de druk die daar gegenereerd wordt is eigenlijk iets te hoog bij de mensen die daar klachten hebben.
Symptomen
De loper voelt pijn aan de buitenzijde van de knie. En heel typische is dat een pijn die opkomt tijdens het lopen. Wie aan het frictiesyndroom lijdt en niet loopt heeft zelden klachten. Het is pas tijdens het beoefenen van een sport dat de pijn voelbaar wordt. En naarmate de blessure erger wordt, zal je die pijn steeds vroeger tijdens je training voelen. De pijn verdwijnt meteen als je stopt en komt terug als je weer gaat lopen. Wie al langer last heeft van de kwaal voelt dat ook bij langdurig zitten. Maar in principe is het een probleem dat enkel tijdens het sporten opkomt.
Een typische overbelastingsblessure?
Het is toch complexer dan dat. Het is geen overbelastingblessure zoals je die kan voelen bij een achillespees bijvoorbeeld. Het heeft dikwijls te maken met statiek en kracht. Wie een iliotibiale band frictiesyndroom ontwikkelt ,heeft vaak zwakkere heupspieren. De heupabductie, het naar buiten bewegen van het volledige been, gaat minder krachtig dan nodig. Ook een statiekafwijking kan het frictiesyndroom in de hand werken. Personen met een bekkenkanteling of van wie het ene been wat langer is dan het andere of overproneerders zijn gevoeliger voor de blessure. Ondergrond is ook van tel. Veel bergaf lopen werkt die kniepijn ook in de hand. Dus traillopers: let op.
De praktijk leert dat vooral mensen die recreatief beginnen duurlopen de dupe zijn. Vandaar de raad: als je begint met lopen, doe dan ook wat fitness, oefeningen voor de rompstabiliteit en stretchoefeningen voor de iliotibiale band en spierversterkende oefeningen voor de heupabductie.
Remedie
Stop met lopen. Dit is zo’n blessure waar je niet mee kan blijven lopen. Eerste moeten enkele dingen gecorrigeerd worden. Is er bekkenscheefstand? Is er spierzwakte in de heupabductoren? Het eccentrisch trainen van de heupspieren is een aanrader. De kinesist zal je ook enkele stretchoefeningen aanleren om de pees langer te maken. In accute gevallen, als de klacht niet ouder is dan twee weken, is een inspuiting met marcaïne een goed idee. Eventueel met corticoïden. Dry neelding is ook een mogelijkheid. Bij die techniek gaat de kinesist naaldjes plaatsen in de pijnlijke zone, naar analogie met de acupunctuur.
Die iliotibiale band wrijft tegen je bot, meer bepaald onderaan het dijbeen waar het dikker wordt en de knie vormt.
Maar geen reden tot paniek: iedereen geneest. Een operatie is het laatste redmiddel. Maar dat heb ik in de praktijk nog nooit meegemaakt.

 

peesoverbelasting

26/02/2012

Peesoverbelasting of "tendinopathie" is één van de meest frequent voorkomende sportletsels.

Een peesoverbelasting ontstaat door een onevenwicht tussen belasting en belastbaarheid. Daarom is het van groot belang om het juist onstaansmechanisme te achterhalen. Werd er te intens getraind? is de pees niet sterk genoeg? Zijn er externe factoren die een peesoverbelasting in de hand werken zoals statiekafwijkingenof verkeerd schoeisel?

Vroeger sprak men vooral van" tendinitis" of peesontsteking. Onderzoek van de laatste jaren heeft echter aangetoond dat in zo'n een overbelaste pees helemaal geen ontstekingsverschijselen zijn terug te vinden maar wel een degeneratief proces met in plaats va mooi parallel geschikte structuren een kris kras door elkaar liggen van filamenten en bloedvatnieuwvorming. Onstekingsremmers helpen dan ook meestal niet. Cortisone doet wonderen op zeer korte termijn maar na enkele maanden  is het resultaat vaak slechter en het verzwakt erg de structuur.

De basis van elke moderne peesbehandeling ligt momenteel in de zgn. eccentrische peestraining. Dit is een oefening waarbij de spier tracht samen te trekken maar waarbij tegelijkertijd pees en spier door de belasting wat worden uitgerokken. Hier heeft de kinesist een belangrijke plaats. Aanvullend kunnen shockwavetherapie of bepaalde massage technieken nog nuttig zijn. Uiteraard dienen statiekafwijkingen gecorigeerd te worden.